Voorkom eerwraak en eergerelateerd geweld door inzet van sleutelfiguren uit de gemeenschap!

Inleiding

Naïma Azough stelt in haar column op de website van Hallo Kezban terecht de vraag waar de gemeenschap is gebleven bij het voorkomen van eerwraak. (1) Tot nu toe in de discussies over eerwraak is inderdaad het accent volledig komen te liggen op de falende instanties, de school, de hulpverleners en op nazorg voor slachtoffers van eergerelateerd geweld, zoals het beschermings-arrangement van de gemeente Rotterdam gericht op het versterken van de veerkracht en zelfredzaamheid van de slachtoffers. (2)

Bij al deze interventies wordt de basis van het probleem echter niet aangepakt. Alhoewel deze organisaties van goede wil zijn, ontbreekt het bij veel van deze organisaties aan de nodige knowhow over de informele codes en mechanismen, die bij eergerelateerd geweld en het uitvoeren van eerwraak in werking treden.

Hieronder zal ik een korte samenvatting geven van hoe deze informele codes en mechanismen bij eergerelateerd geweld en eerwraak werken. Tevens zal ik aangeven hoe het mechanisme, dat in werking treedt bij schending van de eer van een man, zijn gezin of familie, kan worden doorbroken. Tot slot zal ik project “Van huis uit” van de unit MCI (Multiculturele Instelling) van Stichting Mooi in Den Haag toelichten. Met dit project wordt juist geprobeerd in een zo’n vroeg mogelijk stadium, waarbij de eerschending nog niet publiekelijk bekend is, in te grijpen door het inzetten van sleutelfiguren als gemeenschapsbemiddelaars.

Informele codes en mechanismen

Binnen verschillende culturen is eergerelateerd geweld een belangrijk probleem. (3) Het omvat elke vorm van geestelijk of lichamelijk geweld (bijvoorbeeld mishandeling, uitstoting en gedwongen huwelijk) gepleegd vanuit een collectieve mentaliteit in reactie op een (dreiging van) schending van de eer van een man of een vrouw en daarmee van zijn of haar familie waarvan de buitenwereld op de hoogte of dreigt te raken. De meest extreme variant van eergerelateerd geweld is eerwraak, dat kan worden samengevat als moord na gezichtsverlies.

Eergerelateerd geweld heeft veel overeenkomsten met huiselijk geweld: het praten erover gaat met veel schaamte gepaard, het vindt altijd plaats tussen personen die een relatie met elkaar onderhouden en zowel mannen als vrouwen kunnen er slachtoffer van worden. Wat eergere-lateerd geweld echter onderscheidt van andere vormen van relationeel geweld zijn de familie-eer, de collectieve mentaliteit en publieke bekendheid (schaamte).

Eergerelateerd geweld houdt verband met vastomlijnde culturele codes die betrekking hebben op het gedrag van de man en de vrouw. Simsek (2002) zegt hierover: “Het verschijnsel om de eer van de man te koppelen aan de kuisheid van de vrouw is afkomstig uit traditionele samenlevingen met een sterke hiërarchie. In tegenstelling tot wat vaak wordt gesuggereerd, is eerwraak niet per definitie een onderdeel van de Turkse cultuur of van de islam.  De koran verbiedt alle vormen van geweld en keurt deze ten strengste af. Meer dan met geloof, heeft eergerelateerd geweld te maken met strak omlijnde rolpatronen voor mannen en vrouwen en met een machocultuur.

Om eergerelateerd geweld te kunnen begrijpen zijn twee begrippen zeer belangrijk, namelijk: Namus en Seref. Namus in het Turks betekent letterlijk “de kuisheid van de vrouw”.  Seref is Turks voor: “Het aanzien van de man in de gemeenschap”. (5) Namus en seref zijn nauw met elkaar verbonden. Mannen met weinig seref, kunnen aanzien verwerven door de namus (kuisheid) van hun vrouw. Omgekeerd leidt de aantasting van de kuisheid van de vrouw tot schaamte, waardoor de seref van de man daalt. Vooral mannen met weinig seref zijn vatbaar voor deze emoties. Wil de man aanzien behouden in de gemeenschap, dan is het dus van belang om de namus van zijn vrouw en dochters te beschermen. Hij dient ervoor te zorgen dat zij geen ongeoorloofd contact hebben met mannen. Maar wat is “ongeoorloofd”? Ongeoorloofd houdt ook hier weer in: onfatsoenlijk in de ogen van de gemeenschap. De gemeenschap bepaalt wat onfatsoenlijk is.

Dit kan zijn: (het vermoeden van) een buitenechtelijke realtie of ongeoorloofde zwangerschap, het verzet tegen een gearrangeerd huwelijk, roddel over de (kleding of beroep) van de vrouw, echtscheiding of de beëindiging van een relatie. Een andere belangrijke aanleiding kan het (vermeende) verlies van maagdelijkheid zijn. Wanneer de namus van de vrouw is aangetast, betreft de schande niet alleen het hebben van een onfatsoenlijke vrouw, maar ook het falen in de mannelijkheid. De man is er immers niet in geslaagd de namus van zijn vrouw of dochter te beschermen. Met name dit laatste aspect zorgt ervoor dat zijn eer als man ook wordt aangetast.

Door het verbinden van het gedrag van vrouwen met de eer van de familie of zelfs van de gemeenschap wordt er een relatie gelegd tussen individuele daden en de collectieve eer. Wanneer een individu de grenzen van de tradities overschrijdt, wordt dus niet alleen de namus van die persoon, van zijn of haar familie, maar van de hele gemeenschap bezoedeld.

Wil een man of het gezin dus voorkomen dat hij zelf het slachtoffer wordt van publieke spot, dan rest hem weinig anders dan zijn eer, en daarmee de eer van de gemeenschap, te herstellen. Er zijn verschillende manieren waarop de eer hersteld kan worden, variërend van wegsturen van een dochter naar het land van herkomst tot een bemiddelingstraject door een familielid. Het elimineren van de bron van schaamte (eerwraak) is hiervan de meest extreme.

De mate waarin de ontering openbaar is geworden, speelt een belangrijke rol bij het bepalen van de sanctie. Hoe meer mensen op de hoogte zijn van het eerverlies, hoe groter de kans op eergerelateerd geweld. Wanneer het eerverlies nog niet algemeen bekend is, is er ook meer mogelijk op het gebied van “stille diplomatie”. In de meeste gevallen bepaalt het hoofd van het gezin de sancties. Meestal voert hij ze ook zelf uit, eventueel in samenwerking met anderen.

Het inzetten van sleutelfiguren als gemeenschapsbemiddelaars

Juist op het moment dat de ontering nog niet publiekelijk bekend is geworden, zijn er mogelijkheden om van buitenaf in te grijpen en verdere escalatie te voorkomen. Dit kan door het inzetten van sleutelfiguren uit de gemeenschappen als bemiddelaar bij probleemsituaties. Een bemiddelaar kan vanuit de gemeenschap alleen een rol spelen als hij of zij een bepaald gezag heeft en daardoor invloed kan uitoefenen op de ontstane situatie. Het gezag kan gebaseerd zijn op een bepaalde deskundigheid of op een bepaalde functie die men heeft. Leden van de gemeenschap die maatschappelijk wat bereikt hebben, succesvol zijn, religieuze leiders of ouderen hebben vaak gezag in de gemeenschap.

Project “Van huis uit”

Het project “ Van huis uit”, preventieve bemiddeling voor geïsoleerde gemeenschappen van Stichting Mooi in Den Haag, probeert juist door de inzet van sleutelfiguren uit de gemeenschappen als gemeenschapsbemiddelaars op tijd in te grijpen en verdere escalatie te voorkomen door te bemiddelen bij conflicten rondom eergerelateerd geweld en eerwraak.

Het project is in 2006 van start gegaan met het opleiden van 30 sleutelfiguren uit de Turkse, Koerdische, Marokkaanse en Surinaams/Hindostaanse gemeenschap tot gemeenschaps-bemiddelaars. Uiteindelijk hebben 21 sleutelfiguren de opleiding succesvol afgerond en zijn zij ingezet als gemeenschapsbemiddelaars voor hun achterban. Sinds 2009 richt het project zich ook op Irakese, Iranese, Afghaanse en Pakistaanse gemeenschappen en zijn 24 sleutelfiguren uit deze doelgroepen opgeleid tot gemeenschapsbemiddelaars. De sleutelfiguren zijn geselecteerd vanwege hun gezag en het vertrouwen dat zij genieten binnen de gemeenschap. Het blijkt dat ingewijden met kennis over de gevoeligheden die zich in hun gemeenschap voordoen de juiste codes weten te hanteren, een sleutelrol vervullen en daardoor veel kunnen bereiken. Door deze sleutelfiguren tot gemeenschapsbemiddelaars op te leiden kunnen de taboes over eergerelateerd geweld en eerwraak worden doorbroken.

Preventie en bemiddeling

De belangrijkste doelstelling van het project is het in een vroeg stadium signaleren van probleemsituaties zodat escalaties voorkomen worden. De gemeenschapsbemiddelaars kunnen door hun positie in de gemeenschap en hun contacten met families in staat zijn preventief op te treden in problematische situaties. Het gaat erom door te dringen tot de kern van de zaak op een moment dat het probleem nog beheersbaar en bespreekbaar is. Dit doen zij onder andere door op huisbezoek te gaan en (van huis uit) een dialoog tussen de verschillende betrokken partijen aan te gaan en de negatieve spiraal te doorbreken door (gedrags)alterna-tieven aan te reiken, zodat eergerelateerd geweld of eerwraak kan worden voorkomen.

Voorlichtings- en huiskamerbijeenkomsten

Daarnaast organiseren zij voorlichtingsbijeenkomsten bij onder andere migranten zelforganisaties voor hun achterban om de dialoog rondom eergerelateerd geweld en eerwraak op gang te brengen. Zij hopen hiermee een mentaliteitsverandering bij de achterban teweeg te brengen ten aanzien van eergerelateerd geweld en eerwraak.

Naast voorlichtingsbijeenkomsten worden er huiskamerbijeenkomsten gehouden op plekken waar vrouwen bij elkaar komen. Zo sluit men zo veel mogelijk aan bij de maandelijks gehouden Gün voor vrouwen (in het Turks betekent dit: de spaardag voor vrouwen) waarbij geld ingezameld wordt voor één vrouw. Juist tijdens deze bijeenkomsten kunnen de signalen vroegtijdig worden opgevangen bij een dreigend conflict over eergerelateerd geweld of eerwraak en kunnen de slachtoffers worden doorverwezen naar reguliere instellingen.

Spreekuren

Door het houden van (telefonische) spreekuren op het kantoor van Stichting Mooi, bij diverse zelforganisaties en de moskee proberen de gemeenschapsbemiddelaars de informele contacten met de doelgroep te stimuleren en een vertrouwensband op te bouwen. Doel van het spreekuur is laagdrempelige hulpverlening te bieden, vragen te beantwoorden en indien nodig cliënten door te verwijzen.

Samenwerking

Stichitng Mooi neemt deel aan de kerngroep “Eergerelateerd Geweld”, waarin onder andere ook de GGD Den Haag, de Politie Haaglanden, het Maatschappelijk Werk, Jeugdzorg en het Steunpunt Huiselijk Geweld vertegenwoordigd zijn. De kerngroep heeft een aantal afspraken gemaakt waarbij richtlijnen zijn aangegeven hoe snel en adequaat te handelen indien er sprake is van eergerelateerd geweld en eerwraak, zonder dat daarbij gevoelige informatie van de gemeenschap direct openbaar wordt gemaakt. Binnenkort zal de kerngroep met een protocol hierover komen.

Enkele kanttekeningen

Opgemerkt dient te worden dat er altijd migranten zelforganisaties en individuen zijn, die van mening zijn dat er geen sprake is van eerwraak binnen de maatschappij. Deze organisaties zien het project als een inbreuk op hun cultuur en tradities.
Daarnaast speelt de aansprakelijkheid een rol. Wie is er aansprakelijk als mede door ingrijpen van migranten zelforganisaties zaken uit de hand lopen en gevoelige informatie uit de gemeenschap openbaar wordt gemaakt? Goede afspraken over verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid met de ketenpartners zijn noodzakelijk. Stichting Mooi heeft deze zaken voor zijn vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties goed geregeld.
Ook blijkt er te veel versnippering en dominantie van enkele partijen rondom de aanpak van eergerelateerd geweld en eerwraak te zijn. Als we dit probleem daadwerkelijk willen aanpakken, dan is het noodzakelijk dat de verschillende partijen bij de aanpak van eergerelateerd geweld en eerwraak de handen ineenslaan.
Daarnaast is het winnen van vertrouwen en het bespreekbaar maken van gevoelige zaken als eergerelateerd geweld en eerwraak onder de gemeenschappen een kwestie van lange adem en doorzettingsvermogen.

Kartiniprijs 2010

In 2008 heeft het ministerie van OCW het project als succesvol beschouwd en in maart van dit jaar heeft het project “Van huis uit” de Haagse Kartiniprijs 2010 gewonnen.

Meer informatie over het project “Van huis uit”  is op te vragen bij:
De projectleider, de heer Garip Özcan van Stichting Mooi. Telefoonnr.: 070-3616847 of 06-23739300 en e-mailadres: g.ozcan@stichtingmooi.nl

Een verkorte versie van het  artikel is terug te vinden als column op de website van Hallo Kezban: “Betrek sleutelfiguren uit de gemeenschap!” en op Wereldjournalisten en maroc.nl: “Pak eerwraak bij de wortel aan!”.

Noten:

  1. In de publicatie “Eerwraak of eergerelateerd geweld? Naar een werkdefinitie”. Dr. H.B. Ferwerda en drs. I. van Leiden, Advies-Onderzoeksgroep Beke, i.o.v. WODC, Ministerie van Justitie, 2005 wordt onder eerwraak verstaan het doden van meestal een meisje of vrouw vanwege (dreiging van) schending van de seksuele eer. Eerwraak is daarmee feitelijk synoniem aan eermoord waardoor er onvoldoende aandacht is voor andere vormen van eergerelateerd geweld (zoals uitstoting, verminking, mishandeling en gedwongen uithuwelijking). Deze uitingsvormen zijn niet alleen op zichzelf al ernstig, maar kunnen bovendien opmaat zijn voor ernstigere vormen van geweld waaronder moord in het uiterste geval. Het bredere begrip eergerelateerd geweld biedt daarmee mogelijkheden tot (vroegtijdige) signalering en preventie.
  2. Katinka, D. en Marjan Wijers, “Eergeweld voorbij, een nieuwe gemeentelijke aanpak van eergerelateerd geweld”, januari 2010. Het beschermingsarrangement wordt geboden aan slachtoffers van eergerelateerd geweld, gericht op het versterken van de veerkracht en zelfredzaamheid van slachtoffers. De praktijk leert echter dat er niet altijd oplossingen te vinden zijn. De instrumenten zijn vaak beperkt. Als het directe gevaar geweken is, ontbreekt bijvoorbeeld regelmatig de interventiebevoegdheid van de gemeente. Een aanbeveling uit het rapport is dan ook dat gemeenten inzetten op een helder preventiebeleid, zoals deskundigheidsbevordering bij profes- sionals, ook op het vlak van interculturalisatie. Daarnaast moeten gemeenten inzetten op het ontwikkelen van gedragsalternatieven voor betrokkenen van eergerelateerd geweld.
  3. Eerculturen zijn te vinden in landen van het Midden-Oosten (Egypte, het hele Saoedisch Arabisch schiereiland, Turkije, Iran, Irak, Afghanistan en Pakistan) en van Noord-Afrika (Marokko, Algerije, Tunesië en Libië). Daarbij zijn er wel verschillen tussen de landen, vooral in de manier waarop eerherstel plaatsvindt.
  4. Simsek, J., “Alle ogen op haar gericht. Traditioneel geweld tegen Turkse vrouwen en meisjes. Een handleiding voor hulpverleners”, 2002, blz. 37.
  5. Gemakshalve heb ik de Turkse benaming gebruikt voor het begrip eer en aanzien van de vrouw en man. In andere culturen waar eergerelateerd geweld en eerwraak voorkomt, gelden weer andere benamingen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *