huiselijk geweld

Huiselijk geweld: Tijdelijk huisverbod doorbreekt tijdelijk de geweldscirkel

Inleiding

Huiselijk geweld is de meest voorkomende geweldsvorm in onze samenleving. Jaarlijks worden meer dan 63.000 aangiften gedaan van geweld in huiselijke kring (1). Het kan gaan om partnergeweld, kindermishandeling, seksueel misbruik, mishandeling of verwaarlozing van ouderen. Huiselijk geweld komt voor in alle sociaal-economische klassen en binnen alle culturen in de Nederlandse samenleving. Slachtoffers van huiselijk geweld zijn in de meeste gevallen vrouwen en kinderen, maar het betreft ook mannen, ouders en ouderen. Uit onderzoek blijkt dat meer dan veertig procent van de Nederlanders ooit in zijn of haar leven te maken heeft gehad met huiselijk geweld. Naar schatting komen er jaarlijks 500.000 huiselijk geweldsincidenten voor. Het verzamelbegrip “huiselijk geweld” staat voor meerdere geweldsvormen (zoals geestelijk, lichamelijk, seksueel en financieel geweld), die in de praktijk om specificatie en een aparte aanpak vragen (2). Eergerelateerd geweld is daarvan een voorbeeld.

In Nederland werden in de jaren zeventig en tachtig voor het eerst blijf-van-mijn-lijfhuizen opgericht, waar vrouwelijke slachtoffers van huiselijk geweld tot rust konden komen en een nieuw leven konden opbouwen. Later verschoof de aandacht voor de slachtoffers van huiselijk geweld ook naar de plegers (daderhulpverleningstrajecten) omdat vrouwen vaak weer terugkeerden naar de gewelddadige partner en dus het geweld bleef voortduren. De laatste jaren is men ervan overtuigd dat een systeemgerichte aanpak van huiselijk geweld meer effect heeft bij de bestrijding van het geweld. In een systeemgerichte aanpak wordt het hele gezin (slachtoffer, pleger en betrokken kinderen) betrokken bij de aanpak van huiselijk geweld (3). Uit onderzoek komt namelijk naar voren dat als kinderen getuige zijn van het geweld tussen hun ouders, dit verstrekkende gevolgen voor hen kan hebben. In die zin dat de kans groot is dat zij later als volwassenen zelf slachtoffer worden van geweld en machtsmisbruik in een relatie of zelf pleger worden.

Sinds 2002 staat de aanpak van huiselijk geweld structureel op de agenda van het Rijk en gemeenten. Mede door landelijke publiekscampagnes en inspanningen op lokaal niveau (zoals de vorming van de Advies en Steunpunten Huiselijk Geweld) wordt huiselijk geweld steeds meer uit de privé-sfeer gehaald. Desondanks is de problematiek nog steeds onzichtbaar en zijn er nog weinig representatieve gegevens over slachtoffers (partner en kinderen), plegers en recidives beschikbaar. Ook over de effecten van interventies om huiselijk geweld aan te pakken is nog weinig bekend (4). Mede daarom is de minister van Justitie voornemens om een integrale aanpak van huiselijk geweld te ontwikkelen “Modelaanpak huiselijk geweld” in de vier grote steden: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht (5) .

In dit artikel zullen de meest recente ontwikkelingen met betrekking tot de integrale aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling beschreven worden, waaronder de Rotterdamse meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de voorgenomen invoering van de landelijke meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de landelijke “Wet tijdelijk huisverbod” en het onderzoek naar de preventie van intergenerationele overdracht van huiselijk geweld. Dit artikel zal zich voornamelijk beperken tot huiselijk geweld in de vorm van partnergeweld en kindermishandeling (onder andere in de vorm van getuige zijn van het geweld tussen de ouders). Tevens zal worden toegelicht waarom het tijdelijk huisverbod tijdelijk de geweldscirkel doorbreekt en wat nodig is om huiselijk geweld structureel aan te pakken.

Rotterdamse meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Sinds eind 2007 is in Rotterdam de Rotterdamse “meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling” van kracht. In deze meldcode wordt omschreven hoe een professional dient te handelen bij een vermoeden van huiselijk geweld en kindermishandeling. De bedoeling is dat de professional bij een vermoeden van geweld het probleem allereerst bespreekt met de cliënt zelf en het probeert op te lossen. Als dat geen resultaat heeft, moet hij of zij er met collega’s over spreken en pas daarna komt het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) of het Advies en Steunpunt Huiselijk Geweld om de hoek kijken. De professional heeft geen meldplicht maar een meldrecht en is niet aansprakelijk voor eventuele gevolgen.
In 2008 is in 11 pilotinstellingen in Rotterdam met de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling gewerkt. Uit de evaluatie, die uitgevoerd is door het Verwey-Jonker Instituut, blijkt dat invoering van de meldcode veel aandacht en goede samenwerking tussen professionals vereist. Ook wordt gesteld dat kindermishandeling en huiselijk geweld integraal aangepakt moeten worden en dat het belangrijk is om professionals en instellingen de ruimte te geven de meldcode op hun eigen manier in te voeren. Daarbij is training en scholing van alle professionals essentieel (6).
De Rotterdamse integrale meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is een inspirerend voorbeeld geweest voor de landelijke invoering van een meldcode. De Tweede Kamer is voornemens om een voorstel tot een landelijke Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling in het najaar van 2009 gereed te hebben ter advisering door de Raad van State. Met deze landelijke wet wil men ervoor zorgdragen dat in alle gemeenten van Nederland vroegtijdig wordt gesignaleerd en gemeld als er sprake is van huiselijk geweld, kindermishandeling, eergerelateerd geweld en genitale verminking.

Landelijke “Wet tijdelijk huisverbod”

Sinds 1 januari 2009 is landelijk de “Wet tijdelijk huisverbod” van kracht waarin de burgemeester van een gemeente bevoegd is om bij een melding van huiselijk geweld de pleger voor 10 dagen de toegang tot zijn of haar huis te ontzeggen. Gedurende de periode van het huisverbod is ook contact met de achterblijvende partner en kinderen verboden. Het huisverbod werkt dan als een soort afkoelingsperiode. Deze maatregel dient preventief te werken in die gevallen waar het nog niet helemaal uit de hand is gelopen.
De gemeente is daarbij verplicht binnen enkele dagen een hulpverleningstraject in gang te zetten voor zowel de pleger als de achterblijvers. Soms wordt het verbod door de pleger overtreden en neemt de pleger toch weer contact op met het slachtoffer. In die gevallen en in ernstige gevallen van huiselijk geweld, waarin voor het leven van de slachtoffer(s) gevreesd wordt, kan de burgemeester bepalen het huisverbod te verlengen met meer dagen tot een maximum van vier weken. Op overtreding van een verbod staat maximaal twee jaar cel of een taakstraf. In Rotterdam heeft de burgemeester sinds de invoering van deze wet al 209 huisverboden afgegeven (7).

De Rotterdamse situatie

Anderhalf jaar geleden verklaarde wethouder Jantine Kriens, samen met politie en hulpverleningsinstanties de “oorlog” aan huiselijk geweld. Uit betrouwbaar onderzoek bleek dat er in Rotterdam ongeveer 20.000 slachtoffers van huiselijk geweld zijn. Het gaat dan om partnergeweld, eergerelateerd geweld, ouderenmishandeling, jeugdprostitutie en geweld tegen een ongeboren kind door verslaving. Deze vaak verborgen vorm van geweld werd tot voor kort beschouwd als een privé probleem. Aandacht van politie, justitie en gemeente was vooral gericht op geweld op straat. Echter, onderzoek laat zien dat veel vormen van geweld op straat kunnen voortkomen uit geweld in huiselijke kringen. Om deze reden, maar vooral uit bescherming van de inwoners van Rotterdam, heeft onderzoek naar een optreden tegen huiselijk geweld sinds anderhalf jaar topprioriteit binnen de gemeente Rotterdam. Zeventig Rotterdamse instellingen hebben hun handtekening gezet onder de Rotterdamse Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Tienduizenden professionals – van leerkracht tot docent en van hulpverlener tot huisarts – werken met de meldcode (8). En sinds 1 januari 2009 heeft de wetgever de gemeente een nieuw wapen in handen gegeven om de geweldscirkel te doorbreken: het tijdelijk huisverbod.
Naar schatting sterven in de Rotterdamse regio jaarlijks tien mensen door huiselijk geweld. Rotterdam verwacht in 2009 meer dan 400 huisverboden op te leggen.

Het tijdelijk huisverbod

Het tijdelijk huisverbod is een nieuw “wapen” in de strijd tegen huiselijk geweld. Dankzij deze maatregel stopt het geweld of de dreiging van ernstig geweld in elk geval voor tien dagen.
Voordeel is dat nu niet langer de slachtoffers uit huis worden geplaatst, maar de pleger. Ook het inzetten van een hulpverleningstraject binnen enkele dagen is cruciaal in het doorbreken van de geweldscirkel. Voorheen duurde het soms enige tijd voordat hulpverlening – vaak alleen voor slachtoffers – op gang kwam. Hierdoor traden de zogenaamde “wittebroodsweken” als snel op. De pleger voelt zich schuldig, heeft spijt van het aangerichte geweld en belooft beterschap en zegt dat dit echt de laatste keer is. De partner wordt overladen met cadeautjes en er treden een aantal weken op, waarin het weer rustig is (de “wittebroodsweken”). Totdat er weer iets gebeurt en de pleger ontploft. De geweldscirkel begint weer van voren af aan. Juist op dit moment is het slachtoffer het meest ontvankelijk voor hulp. Als door het tijdelijk huisverbod daadwerkelijk snel (binnen 24 uur) een hulpverleningstraject wordt ingezet voor zowel de pleger als de partner en de betrokken kinderen en zij allen hieraan blijvend meewerken -ook na het huisverbod- kan er sprake zijn van doorbreking van de geweldscirkel en kan ergere schade voorkomen worden. Want het slachtoffer wil vaak wel de relatie behouden, maar niet het geweld. Dit is ook vaak de reden waarom zij of hij niet kan breken met de gewelddadige partner. De lokale Teams Huiselijk Geweld in Rotterdam hebben al aangegeven moeite te hebben om de grote hoeveelheid huisverboden voor plegers van huiselijk geweld te verwerken. De situatie is zo nijpend dat het niet altijd lukt om binnen 24 uur de hulpverlening in het gezin op gang te brengen (9) . Alleen de zeer ernstige gevallen worden gelijk aangepakt, de rest moet wachten.
Als de pleger niet wil meewerken aan het hulpverleningstraject (de zogenaamde “no shows”) , of als door capaciteitstekort van de hulpverleningsinstanties (zie Rotterdamse situatie), de hulpverlening niet binnen 24 uur op gang wordt gebracht, doorbreekt het tijdelijk huisverbod tijdelijk de geweldscirkel (10). Zodra het slachtoffer de pleger weer in huis neemt, begint de geweldscirkel weer van voren af aan.
Ook is het noodzakelijk dat de betrokken kinderen een adequaat hulpverleningstraject krijgen aangeboden, omdat (zoals eerder is aangegeven) als kinderen zelf geen slachtoffer van het geweld zijn, zij door getuige te zijn van dit geweld ook slachtoffers zijn met vaak verstrekkende langdurige gevolgen, die soms een leven lang doorwerken.

Onderzoek preventie van intergenerationele overdracht van huiselijk geweld

Sinds kort vindt in de steden Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Utrecht een kwalitatief onderzoek plaats naar de overdracht van huiselijk geweld van generatie op generatie (intergenerationele overdracht). Dit kwalitatieve onderzoek richt zich op de ondersteuning van kinderen en hun opvoeders, in autochtone en allochtone gezinnen, na huiselijk geweld, mede met het oog op de preventie van intergenerationele overdracht van huiselijk geweld. Er is nog weinig aanbod gericht op het versterken van het ouderschap en de opvoedingssituatie bij en na huiselijk geweld. Het ontbreekt aan onderzoek naar de (ondersteunings-)behoeften van kinderen en die van ouders als opvoeders. Bovendien is er nog weinig zicht in interventies die intergenerationele overdracht van huiselijk geweld kunnen voorkomen. Daarbij ontbreekt kennis over hoe in gezinsondersteuning rekening kan worden gehouden met diversiteit. Het onderzoek moet uitwijzen welke hulp aan de gezinnen en de kinderen het beste is.
Het Verwey-Jonker Instituut in Utrecht en de GGD Rotterdam-Rijnmond leiden het project (11). Eind volgend jaar zijn de resultaten bekend. Met de resultaten hopen zij gezinnen beter te kunnen helpen om de geweldscirkel te doorbreken.

Noten:

  1. Henk Ferwerda, Met de deur in huis. Omvang, aard, achtergronden en aanpak van huiselijk geweld in 2006, Advies- Onderzoeksgroep Beke, september 2007.
  2. Zie voor een definitie van de verschillende vormen van geweld, de website van Movisie, onderdeel huiselijk en seksueel geweld.
  3. Via de zogenaamde Kindsporen wordt in diverse regio’s getracht huiselijk geweld integraal aan te pakken.
  4. Onderzoek hiernaar zal vanaf eind 2009 gestart worden. Zie hierover later meer bij de preventie van de intergenerationele overdracht van huiselijk geweld.
  5. Zie Actieprogramma “Naar een grootstedelijke aanpak van huiselijk geweld voor de periode 2008-2012, 2008”. Voor kindermishandeling wordt de RAAK-aanpak (Reflectie- en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling) in de vier grote steden ingevoerd. De RAAK-aanpak zal ook worden opgenomen in de landelijke modelaanpak huiselijk geweld. Zie voor gedetailleerde beschrijving van de RAAK-aanpak de website van het Nederlands Jeugdinsituut (NJI).
  6. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, nieuwsbrief, 25 maart 2009.
  7. Binnenlands Bestuur, 21 augustus 2009, Al meer dan 1000 huisverboden uitgedeeld.
  8. Gemeente Rotterdam, bestuursdienst, persbericht 29 januari 2009.
  9. Metro, 4 augustus 2009. De werkdruk op de hulpverlening is bij huiselijk geweld verdubbeld. Momenteel is er een miljoen euro beschikbaar, maar volgens wethouder Jantine Kriens zou minimaal hetzelfde bedrag erbij moeten. Hierover wil de minister nog geen toezeggingen doen.
  10. Veel plegers komen vaak niet opdagen voor een behandeling of haken voortijdig af bij hulpverleningstrajecten, als dit traject niet door de rechter is opgelegd (de zogenaamde “no shows”). Dit is ook een zwak punt van het Tijdelijk huisverbod: de pleger krijgt alleen een huisverbod opgelegd en wordt niet verplicht om hulpverlening te aanvaarden.
  11. Verwey-Jonker Instituut, Preventie van intergenerationele overdracht van huiselijk geweld. Er is behoefte aan een bundeling van wetenschappelijke en praktijkinzichten en ervaringen, die als bouwstenen kunnen dienen voor de door de minister van Justitie voorgenomen ontwikkeling van een modelaanpak huiselijk geweld (zie Actieprogramma “Naar een grootstedelijke aanpak van huiselijk geweld voor de periode 2008-2012, 2008”).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *