Homoseksualiteit bespreekbaar maken onder doelgroepen met een moslimachtergrond en onder jongeren op scholen

Inleiding

Het onderwerp homoseksualiteit bespreekbaar maken onder doelgroepen met een moslimachtergrond is niet eenvoudig. Dit omdat homoseksualiteit binnen moslimgroepen “haram” is (verboden). De meeste moslims zien homoseksualiteit als een ziekte. Ouders die te horen krijgen dat hun zoon of dochter homoseksueel is, hopen dat hij of zij door een hulpverlener snel van deze gevoelens (in hun ogen “ziekte”) genezen worden.

Vijftig jaar geleden was het niet anders in Nederland. Op homoseksualiteit heerste een taboe. Homoseksuele mannen trouwden voor de naam van hun familie en zorgden voor nageslacht en in het geheim hielden zij er homoseksuele relaties op na.

Ook anno 2009 is het in Nederland voor veel homoseksuele leraren nog steeds moeilijk om openlijk uit te komen voor hun geaardheid. Recent nog is een homoseksuele leraar op een christelijke school ontslagen toen hij liet vallen dat hij een relatie had met iemand van hetzelfde geslacht.

Wereldwijd is homoseksualiteit in 75 landen strafbaar. In Tel Aviv zijn recent twee homoseksuelen vermoord in een ontmoetingsorganisatie voor homoseksuelen. Homoseksualiteit is sinds 1988 legaal in Israël, ondanks fel verzet uit religieuze kringen. Volgens woordvoerders van de homoseksuele gemeenschap in Tel Aviv ging het om een homofobe aanslag. Human Right Watch maakte onlangs bekend dat Iraakse milities steeds meer mannen die ze verdenken van homoseksuele activiteiten of ‘niet mannelijk genoeg’ gedrag ontvoeren, martelen en vermoorden. Mogelijk zijn sinds begin dit jaar honderden doden te betreuren, ondanks dat homoseksualiteit  niet verboden is voor de Iraakse wet (1).

In dit artikel zal ik de methodiek beschrijven hoe ik het onderwerp homoseksualiteit bespreekbaar heb gemaakt onder doelgroepen met een moslimachtergrond in Utrecht. Tevens zal ik bespreken tegen welke weerstanden ik aanliep, ook toen ik het onderwerp bespreekbaar wilde maken op scholen. Tot slot zal ik een aantal tips geven waarop u kunt letten als u het onderwerp homoseksualiteit bespreekbaar wilt maken onder doelgroepen met een moslimachtergrond.

Homoseksualiteit bespreekbaar maken onder doelgroepen met een moslimachtergrond

Bij Alleato, Centrum voor Maatschappelijke Ontwikkeling (CMO) in Utrecht, heb ik een drietal projecten opgezet en uitgevoerd, waarin gevoelige onderwerpen,  zoals onder andere homoseksualiteit bespreekbaar werden gemaakt:

  1. “Taboes bespreken”  onder Turkse, Marokkaanse en Hindostaanse doelgroepen,
  2. “Emancipatie van de Marokkaanse doelgroep”: (homo)emancipatieonderwerpen bespreekbaar maken onder Marokkaanse doelgroepen en
  3. “In gesprek over homoseksualiteit met autochtonen en allochtone jongeren”.

In deze drie projecten ging het om het bespreekbaar maken van gevoelige thema’s, zoals: huiselijk en seksueel geweld en homoseksualiteit onder allochtone doelgroepen. De aanpak in deze projecten was om aan te sluiten bij bestaande groepen, die al bij elkaar kwamen voor bijvoorbeeld Nederlandse taalles, opvoedingsondersteuning of voor koffie en thee ochtenden. Het voordeel hiervan is dat de groep elkaar al kent.  De bijeenkomsten werden gegeven door gespreksleiders (sleutelfiguren) van dezelfde afkomsten.

Vrouwelijke gespreksleiders werden ingezet op groepen met vrouwelijke deelnemers en mannelijke gespreksleiders op groepen met mannelijke deelnemers. Dit zou het vertrouwelijke karakter van de bijeenkomsten vergroten en de deelnemers durven dan ook meer te vertellen dan in een gemengde groep. In gemengde groepen is men bang voor sociale controle en roddel. Er werden drie à vier bijeenkomsten gegeven, waarbij de eerste bijeenkomst bedoeld was om een veilige setting te creëren en waarin uitgelegd werd wat de bedoeling was van de bijeenkomsten. In de volgende bijeenkomsten werden de afzonderlijke thema’s besproken, waarbij veel ruimte was voor de verhalen van de deelnemers. De meeste deelnemers herkenden de thema’s en hadden het in eerste instantie vaak over de buren of familieleden waarbij sprake was van huiselijk geweld. Soms kwamen de deelnemers met hun eigen verhaal.In bovengenoemde drie projecten heb ik geprobeerd om ook het onderwerp homoseksualiteit bespreekbaar te maken onder doelgroepen met een moslimachtergrond en op scholen.

Hieronder zal ik beschrijven hoe dit is verlopen en tegen welke weerstanden ik aanliep. Voor de projecten “Taboes bespreken” en “Emancipatie van de Marokkaanse doelgroep” heb ik sleutelfiguren uit de Turkse, Marokkaanse en Hindostaanse gemeenschap opgeleid tot gespreksleider voor de bijeenkomsten met hun achterban. Bij de taboe onderwerpen ging het in eerste instantie om gevoelige onderwerpen, zoals: huiselijk en seksueel geweld bespreekbaar maken.  Omdat het onderwerp homoseksualiteit gevoelig ligt binnen moslimgemeenschappen, heb ik ervoor gekozen om ook dit onderwerp bespreekbaar te maken, zowel bij de taboe bijeenkomsten als bij de emancipatiebijeenkomsten (homo emancipatie). Als start bij  de sleutelfiguren zelf omdat zij dit ook moeten kunnen overbrengen naar hun achterban.

Gekozen is om het onderwerp bespreekbaar te maken door iemand, die zelf homoseksueel is en een moslimachtergrond heeft. Een eerdere poging om het onderwerp bespreekbaar te maken door een iemand met een Nederlandse achtergrond werkte niet. De deelnemers haakten voortijdig af.

Opvallend was dat uiteindelijk, ook bij de trainer met een moslimachtergrond, de mannen het lieten afweten. Op de trainingsbijeenkomst kwamen alleen Turkse en Marokkaanse vrouwelijke sleutelfiguren. Dat de mannelijke sleutelfiguren afhaakten, heeft ermee te maken dat als de gemeenschap erachter zou komen dat zij deelnamen aan deze trainings/voorlichtingsbijeenkomst, zij door hun gemeenschap als homo zouden worden aangezien. Zo gevoelig liggen deze zaken dus, omdat roddel en sociale controle binnen deze gemeenschappen nog steeds een grote rol spelen.

De vrouwelijke deelnemers aan de bijeenkomst waren in het begin heel sceptisch, maar hebben toch de moeite genomen om naar het verhaal van de trainer/voorlichter te luisteren. Ondanks dat zij homoseksualiteit nooit zullen accepteren, konden zij niet om het verhaal van de trainer heen, waarin de trainer op een levendige manier vertelde hoe hij voor het eerst ontdekte dat hij op mannen viel en hoe hij het heeft verenigd met zijn geloof. “Het is iets tussen hem en Allah en daar heeft niemand iets mee te maken”.

Aan het einde van de bijeenkomst zien de sleutelfiguren het als een gegeven dat homoseksualiteit bestaat en dat diegene, die homoseksueel is,  het zelf naar Allah moet verantwoorden.

“Wat iemand privé doet, daar mag niemand zich mee bemoeien. Het is iets tussen die persoon en Allah”.

Homoseksualiteit bespreekbaar maken op scholen

Het project “In gesprek over homoseksualiteit met autochtone en allochtone jongeren” is ontstaan nadat uit de Utrechtse Jeugdmonitor (2006)  als onderzoeksresultaat naar voren kwam, dat brugklassers (zowel autochtonen als allochtonen), liever geen vrienden willen hebben, die homoseksueel zijn. Bovendien heerst er op veel scholen een klimaat waarin homoseksualiteit niet geaccepteerd wordt.

In het project “In gesprek over homoseksualiteit met autochtone en allochtone jongeren” heb ik meerdere scholen benaderd om deel te nemen aan een trainingsaanbod, waarin gewerkt wordt aan een beter schoolklimaat ten aanzien van homoseksualiteit. Na dit trainingsaanbod zijn docenten beter in staat om anti-homogedrag onder leerlingen te herkennen en tegen te gaan en is het de bedoeling dat het  bespreekbaar maken van homoseksualiteit ingebed wordt in het reguliere lesprogramma. Wat me opviel in het benaderen van de scholen, was dat christelijke scholen geen behoefte hadden aan een trainingsaanbod waarin het onderwerp homoseksualiteit ingebed kon worden in hun lesprogramma. De christelijke scholen gaven allen sociaal wenselijke antwoorden: dat het onderwerp homoseksualiteit al in hun lespakket verweven zat en dat ze heel ruimdenkend hierover waren omdat zij homoseksuele leerkrachten in dienst hadden. Ondanks dat ik het natuurlijk niet kan bewijzen, voelde ik aan dat het om sociaal wenselijke antwoorden ging. De andere scholen, niet van een bepaald gezindte, toonden meer bereidheid om deel te nemen aan het trainingsaanbod.

Noten:

  1. Volkskrant, 18 augustus 2009.
  2. Sleutelfiguren zijn personen uit de gemeenschap die een bepaald aanzien en status hebben verworven binnen de gemeenschap door hun verdiensten. Van hen worden bepaalde zaken eerder aangenomen dan door “witte” personen of organisaties. Sleutelfiguren zijn professionals, die in het dagelijks leven een beroep uitoefenen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *